Oriënteren

Begin met wat het verst weg is. Het verste geluid dat je kan vinden. Een vliegtuig, verkeer, wind in de bomen.

Zoek dan het dichtstbijzijnde geluid. Misschien je eigen ademhaling.

Doe hetzelfde met zien. Het verste wat je kan zien, dan het dichtstbije.

Kom nu naar binnen. Wat raak je nu aan? Merk de textuur, de temperatuur.

Voel de lucht op je huid.

Merk je ruggengraat op, wervel voor wervel als het kan. Je nek.

Eerst het verste.
Dan dichterbij, en dichterbij.

Je verplaatst je aandacht van de wereld naar het lichaam, één zintuig tegelijk. Dat is de hele oefening.

Als je je onveilig voelt, afwezig, of je schrap zet voor iets dat niet gebeurt.